Verdere gegevens over kas, windladen, mechanieken en materialen

Het front van de hoofdkas bestaat uit een middentoren, twee aflopende tussenvelden en twee lagere zijtorens. Het snijwerk is vervaardigd door de Gebr. Bongers uit Roggel.

Er is naar aansluiting gezocht met het bestaande snijwerk in de balustrade van het oksaal en van het altaar om zodoende eenheid te scheppen in het kerkinterieur. Ook de vormgeving en de afmetingen van de kas dragen bij tot deze eenheid doordat architectonische verhoudingen uit de kerk terugkeren in het ontwerp van de kas. De hoofdkas bestaat, behalve de achterwand (grenen), uit massief eik. De pedaalkas is van grenen. Door een stemgang is deze kas gescheiden van de hoofdkas.

De windvoorziening bevindt zich in de torenruimte en bestaat uit twee acht-voets spaanbalgen die gevoed worden door een ventilator.

De klaviatuur is geplaatst “en fenêtre” aan de voorzijde van de hoofdkas. klaviatuur
De ondertoetsen zijn belegd met been, de boventoetsen zijn van ebben. De bakstukken zijn van eik, belegd met ebben. Het Positief bevindt zich beneden als 1e klavier, het Hoofdwerk boven als 2e klavier. De registerknoppen zijn gedraaid uit ebben, de registernamen bevinden zich boven de knoppen en zijn op perkament geschreven.

De klavieren zijn gemaakt van eik en uitgevoerd als staartklavieren. De ventielkasten bevinden zich aan de frontzijde, waardoor er sprake is van een hangende traktuur. De houten delen van de mechanieken zijn van eik, uitgezonderd de abstracten die van grenenhout gemaakt zijn.

Het pijpwerk van het Positief en het Hoofdwerk staat op twee gemeenschappelijke windladen. Aan de ene zijde is de C-kant van het Hoofdwerk en de Cis-kant van het Positief en aan de andere zijde is de Cis-kant van het Hoofdwerk en de C-kant van het Positief.

De cancellen van beide werken bevinden zich om en om naast elkaar. Het Pedaal heeft één windlade waarop het pijpwerk voor het grootste gedeelt chromatisch is opgesteld. Alle houten onderdelen van de windladen zijn van eik.

het metalen pijpwerk is gemaakt van 10% tin en 90% lood, uitgezonderd de Viola di Gamba die uit 75% tin en 25% lood bestaat. Alle metalen platen voor de pijpen zijn op dikte/vrijwel op dikte op klassieke wijze gegoten, waardoor ze tevens in dikte afnemen. Vervolgens zijn de platen handmatig afgewerkt. De metalen pijpen hebben geen steminrichting, maar zijn, uitgezonderd de frontpijpen, op toon afgesneden. In de frontpijpen zijn aan de achterzijde “eieren” uitgesneden. Voorts zijn alle gedekte pijpen dichtgesoldeerd.

Tot slot: de Nachtegaal bestaat uit twee pijpjes:

nachtegaal

Reacties uitgeschakeld voor Verdere gegevens over kas, windladen, mechanieken en materialen

Filed under Over het orgel

Reageren niet mogelijk.